zondag, november 28, 2010

DSK en de linkervleugel van de PS

Voor wie een illustratie wil van mijn inschatting dat DSK "imbuvable" is als kandidaat voor de linkervleugel van de PS, ziehier een artikel uit "Démocratie et Socialisme", het tijdschrift dat geleid wordt door arbeidsinspecteur Gérard Filoche, een van de voormannen van de stakingen/betogingen tegen de pensioenhervorming. DSK, het IMF, de EU... worden gezien als ondemocratische neo-liberale parasieten, die een "echt" links beleid op nationale schaal onmogelijk maken. Je zou bijna denken dat ze over Sarkozy schrijven, maar het gaat weldegelijk om iemand uit dezelfde partij. Bizar hoe je zoveel haat kan projecteren op iemand in de eigen rangen.

donderdag, november 25, 2010

Pact van de drie tenoren


De Franse PS zal zijn kandidaat voor de presidentsverkiezingen aanduiden via een proces van "primaires ouvertes" naar Amerikaans model: elke Franse kiezer die ingeschreven is op de kieslijsten, een verklaring ondertekent dat hij de waarden van links onderschrijft en een symbolische euro betaalt, kan mee kiezen wie de kandidaat in 2012 wordt.

Gezien de verdelingen (persoonlijk, ideologisch, regionaal) tussen de "olifanten" van de partij verwachten de meeste waarnemers zich van nu tot eind 2011 aan een spelletje ogen uitkrabben, waarbij enkel rechts kan winnen. Om de chaos te vermijden, ging eerder het gerucht over een monsterverbond tussen Aubry, Royal en Strauss-Kahn. Aubry heeft dat gisteren op France 2 bevestigd. Er komt één kandidaat voor dit trio, die meteen ook de beste kans zou moeten hebben om te winnen en zich het minste zal moeten laten bekladden. Intussen is het hopen dat er op rechts voldoende ruzie komt tussen Villepin en Sarkozy...

(zie de video op de site van France 2)

In de eerste ronde van de voorzittersverkiezingen (onder PS-leden) in 2008 haalde Aubry 24%, Royal 30%. Strauss-Khan was geen kandidaat. Benoît Hamon (linkervleugel) zat rond de 20%, Bertrand Delanoë (gesteund door François Hollande) zat rond de 24% (net boven Aubry). Het blok Royal-Aubry-DSK zou (onder de PS-leden tenminste) ruim moeten kunnen winnen. Het verzamelt machtige PS-federaties in het Zuiden (Languedoc-Roussillon), Noorden (Nord/Lorraine) en heeft Parijs ook zo goed als in zijn zak.

Wie ambitie heeft om president te worden, kan zich kandidaat stellen tot juni 2011. Er wordt dus verondersteld dat de peilingen van de komende maanden zullen uitmaken wie van de drie in de strijd zal stappen tegen een reeks kleinere PS-kopstukken en waarschijnlijk ook François Hollande. Voorlopig zijn er nog maar twee andere kandidaten: Manuel Valls (rechtervleugel, omgeving DSK) en Arnaud Montebourg (centrum/linkervleugel). Bij de laatste lijkt het vooral te gaan om een poging om zich te verkopen aan de meest biedende "olifant" (cf. infra).

dinsdag, november 23, 2010

Diplomatieke ruzies



Interessante tekst over een ruzie tussen twee diplomaten op het congres van Cambrai in 1725. De brief is opgesteld door Marchmont en Whitworth, de Britse afgevaardigden (George I). De Penterriedter die rood aanloopt en een paar minuten nodig heeft om op zijn positieven te komen, verdedigt de belangen van Keizer Karel VI. De Franse koning is de net meerderjarige Louis XV, die wordt vertegenwoordigd door graaf Rottembourg, die op zijn beurt in verbinding staat met Secrétaire d'État des Affaires Étrangères Morville. Mr Walpole is Horatio Walpole (1678-1757), ambassadeur in Parijs en broer van George's eerste minister Robert Walpole. Santistevan (1682-1748) verdedigt de kleuren van Filips V van Spanje. De dode Tsaar is natuurlijk Peter de Grote.

De ruzie is relevant, omdat het congres in mei 1725 uiteen zal spatten. Spanje en Oostenrijk, die in Cambrai verzoend moeten worden, sluiten dan achter de rug van bemiddelaars Frankrijk en Engeland een apart verdrag af in Wenen. De rood aanlopende Penterriedter is een mooi anekdotisch symbool voor de Keizerlijke ergernis met de manoeuvres van de bemiddelaars. Het huwelijk waarvan sprake, is een noodzaak sinds de hertog van Bourbon, eerste minister, besloten heeft om de Spaanse infante Anna Maria Victoria, nog te jong om kinderen te baren, terug te sturen naar Madrid. Tegen de achtergrond van deze instabiele situatie valt plots Peter de Grote weg. Rusland, dat op vinkenslag lag om zich te moeien met (Oost-)Duitse aangelegenheden, lijkt terug in een gebruikelijk chaotisch intermezzo te zijn beland.

Cambray the 25th Febry/8th March 1724.5

My Lord,

In our Letter of the 25th past N.S. We
had the honour to acquaint your Grace, that we were
not willing to trouble you with every particular
circumstance which contributed to our Suspicions
that some negotiation was carrying on underhand
between the Emperor and Spain; But one incident
having given occasion to some orders from France,
We take leave to mention it for your information.
Last week baron Penterriedter attack'd
me, Whitworth, in a rallying manner at a publick
Assemby, asking if I had heard the great news,
That the Project of a new marriage between the
French King and a Princess of Portugal having
been blown up by the present misunderstanding
about the ceremonial betwixt those two courts, the
French had now turn'd their thoughts to obtain
a Princess of England for their young Monarch;
adding, what will your Friends the Spaniards
say to this; We now see what is the reason
that you leave us here so long without speaking

v

of any Business; I asked him in return in the
same manner, If it was then certain that a
negotiation of marriage was the real occasion of
our present inaction at the Congress, looking at
him pretty steadfastly; The colour flush'd up
into his Face at his having laid himself so open,
and thô I took my Eyes off to give him time to
recover, and to leave him in the uncertainty
whether we suspected any thing of their private
Intrigues, it was two or three minutes before
he could come to himself; the next morning he
made a visit to Count Rottembourg, thô he had been
with him the day before, and affected to tell him the
Raillery he had used to me, but took not the least
notice of my answer, which confirmed us in our
Observations.
The French Ministers having reported this
passage to their court, count Morville had acquainted
them in his answer of the 3d instant; that it
was not proper for the Mediators to let the
Imperialists think any longer they walked in
a cloud; but that it was time to endeavour

38r

to pierce to the Bottom of this affair; for which
end he proposed, that they should employ some
person of Confidence to spread the news of this
secret Negotiation, with the most material
Circumstances, publickly in Cambray, without
appearing in it themselves, which might give us
occasion to observe the countenance of the Imperial
and Spanish ministers upon it, and to sound
them further by our discourses; but all
circumstances being considered, it was thought
this might most properly be done by getting such
an article privately put in one of the Hollands
Gazettes, which would give matter enough for
publick conversation; The French have offer'd
this Expedient to their Court and wait for Orders,
and they chose to defer it so much the rather
since we received advice on the 4th Inst from
His Excy Mr Walpole, that their Informations
from Vienna left them no further room to
doubt of the Reality of such a Negotiation;
which might perhaps occasion some change in
their instructions.

v

Count Rottembourg in discoursing some
days ago with Count Santistevan on the News of
the Czar's Death, and saying it was a great loss for
the King of Spain, Since the Czar would in all
appearance have joyn'd with the Protestant Princes
of the Empire in the affair of Thorn; which might
probably have cut out so much work for the Emperor,
as would have mad ehim more tractable in other
Points; Count Santistevan said, he did not see how
the Czar's Death could be any Disadvantage to them,
since they were assured by their advices from
Holland, that they would be able to do their Business
much better by the Catholicks, than by the
Protestants; Count Rottembourg endeavoured to
make him sensible how ill grounded such
opinions were; but this is sufficient to show
what strange notions the Spanish court are
hankering after at present.
On the 2d Instant monsr Vincenti the
Resident of Venice received an Express from their
Ambassador at Paris, with advice that he had
been chosen Chancellor of the Republick, and

39r

orders to return immediately to Venice to take
Possession of that honourable Employment. He
designs to set out in four or five days; but we
don't learn that any one is named to succeed him
here.
On the 3d instant the marquis de Fenelon
the French Ambassador to the States General
came hither in his way to Holland; But he only
saw the French Ministers, and continued his
Journey without stopping; His Lady followed
him the same evening, and went forward on.
The 6th Instant.

We are, My Lord
with the greatest Respect.


Your Grace's
Most obedient and
Most humble Servants


Marchmont
Polwarth


P.S. Crew the Messenger brought
us this morning the honour of your
Grace's letter of the 22d past OS
for which we return our most
humble acknowledgements, having
nothing to add at present to what
we have above written.

maandag, november 22, 2010

"De dreiging van het omgekeerd provincialisme"

Goed opiniestuk in DS vandaag als opwarmer voor het debat over de Verengelsing in de aula van morgen.

Bron: www.standaard.be
De dreiging van het omgekeerd provincialisme
EEN DUALE UNIVERSITEIT IS NIET WENSELIJK

* maandag 22 november 2010
*
* Auteur: GITA DENECKERE


De dreiging van het omgekeerd provincialisme


vreest dat de nakende versoepeling van de taalwetgeving een dualiteit zal creëren in het hoger onderwijs in Vlaanderen, met aan de ene kant de ‘topstudent' die internationaal gerekruteerd wordt en aan de andere kant de gemiddelde millenniumstudent.
Tachtig jaar na de vernederlandsing van de Gentse universiteit onderkent het Vlaams parlement dat ‘de Vlaamse universiteiten mondiaal gericht zullen zijn, of niet zullen zijn.' Vlaanderen schiet niet wakker als de Vlaamse regering, waar de N-VA deel van uitmaakt, een consensus bereikt over de versoepeling van de taalwetgeving op het hoger onderwijs.

De wettelijke taalbarrière wordt doorbroken om meer buitenlandse studenten aan te trekken enerzijds en de ‘eigen' studenten beter voor te bereiden op een internationale loopbaan anderzijds. Vanaf 2012 kunnen op bachelorniveau 30 (van de 180) studiepunten in een andere taal dan het Nederlands worden gegeven. Op masterniveau kan de opleiding voortaan volledig in een andere taal, op voorwaarde dat dezelfde opleiding aan een andere Vlaamse universiteit overwegend in het Nederlands wordt gedoceerd. Die andere taal is het Engels.

In vergelijking met Nederland is het systeem een compromis. In Vlaanderen zal minder exclusief en radicaal overgeschakeld worden naar het Engels, zo luidt het. Laten we dat maar hopen. De verdediging van het Nederlands lijkt immers hoe langer hoe meer op een wanhopig achterhoedegevecht in het niet tegen te houden internationaliseringsverhaal van efficiëntie, excellentie en verengelsing, die als een drietrapsraket naar de toekomst van de Europese kenniseconomie wordt afgeschoten.

Er tekent zich dus immers steeds duidelijker een tweesporenbeleid af, waarbij een duale universiteit dreigt te ontstaan. In het wetenschappelijk onderzoek bestaat die al, tussen ‘cutting edge' toponderzoek waarbij automatisch op het Engels wordt overgeschakeld, en Nederlandstalige wetenschappelijke ‘output' voor ‘het eigen volk' die meteen als ‘lokaal' en zelfs minderwaardig wordt gediskwalificeerd. Het spreekt vanzelf dat gespecialiseerde kennis binnen internationale netwerken verspreid en gedeeld wordt in de grote wereldtaal die vandaag het Engels is geworden.

Daarnaast is er ook hoogstaand wetenschappelijk onderzoek dat – in het Nederlands – op andere fora en in andere media dan het vaktijdschrift wordt bedreven en een duidelijke maatschappelijke dimensie heeft. Het gaat hier allerminst per definitie om ‘populariseren,' ‘vulgariseren' of ‘vertalen naar een breed publiek,' integendeel. Het ‘breed publiek' is tegenwoordig trouwens geschoold en slim genoeg om kennis te kunnen nemen van de resultaten van dat maatschappelijk betrokken onderzoek. Het heeft daar ook recht op, in meerdere talen. De dualiteit Engels-voor-vakgenoten en Nederlands-voor-het-volk komt uiteindelijk neer op omgekeerd provincialisme dat onwillekeurig doet denken aan de tijd dat het Frans de taal van de wetenschap was waar arm en achterlijk Vlaanderen geen toegang toe had.

Kwaliteitslabel

Die tweedeling dreigt zich te herhalen wanneer bepaalde masteropleidingen binnenkort naar het Engels zullen overschakelen en andere niet, met het daaraan gekoppelde verschil in status en prestige als taal een criterium wordt van kwaliteit. Het lijkt geruststellend als minister Pascal Smet zegt dat het geen zin heeft om een opleiding Rechten Engelstalig te maken aangezien advocaten in de rechtbank Nederlands spreken. Maar de koppeling van Engelstalige masteropleidingen aan die domeinen waar de universiteiten internationaal erkend hoogstaand onderzoek doen, zal ongetwijfeld een weerslag hebben op de reputatie van de rest.

De toenemende ijver om hoog te scoren in internationale rankings verdraagt in feite de brede, democratische instroom van studenten uit onze eigen Vlaamse gewesten niet. In de concurrentieslag die zich merkwaardig genoeg nog altijd eerst en vooral tussen de Vlaamse universiteiten afspeelt, blijven de immer stijgende studentenaantallen een kwaliteitslabel. Het noodgedwongen ex-cathedraonderwijs in overvolle auditoria kan echter bezwaarlijk het waarmerk van excellentie ontvangen. Ook al kwijt de betrokken docent zich nog zo excellent van zijn entertainende taak.

Ook in de studentenbevolking zal een onderscheid ontstaan tussen de ‘topstudent,' die al dan niet in combinatie met hogere financiële drempels internationaal gerekruteerd wordt, en de gemiddelde millenniumstudent die met iPod en flesje frisdrank zijn broek verslijt in het mega-auditorium.

Een duale universiteit is niet wenselijk. ‘Om iets te zijn moeten we Vlamingen zijn, we moeten Vlamingen zijn om Europeeërs te worden', schreef August Vermeylen in 1900. Het wordt tijd dat we dit credo her-denken, niet om met de rug naar de toekomst de ‘taal is gans het volk' te roepen en ‘niets' te zijn in Europa. Wel om het Nederlands naar waarde te schatten bij de ontplooiing van binnen- én buitenlands talent.

Op 23 november vindt in de Aula een debat plaats over de verengelsing van het hoger onderwijs, met Pascal Smet, Fientje Moerman, Siegfried Bracke, onderwijsdirecteur Kries Versluys en VVS-voorzitter Tom Demeyer; moderator Marc Reynebeau. www.UGentMemorie.be

GITA DENECKEREWie? Historica aan de Universiteit Gent en promotor Vermeylenjaar 2010-2011. Wat? Er dreigt een tweedeling in het hoger onderwijs. Waarom? De verdediging van het Nederlands lijkt steeds meer op een wanhopig achterhoedegevecht in het niet tegen te houden internationaliseringsverhaal.

woensdag, november 17, 2010

DSK

Nog een pretendent voor de troon die Sarko momenteel bezet: de directeur van het IMF. Aangevallen door de linkervleugel van de PS: het IMF steunt de pensioenhervorming en legt bezuinigingspaketten op in Hongarije en Griekenland. Anathema, anathema... Kan DSK de PS-kandidaat worden ? Volgens de Canard lobbyt hij al jaren in stilte om zijn terugkeer voor te bereiden. Belgische bronnen dichten hem de opvolging van Van Rompuy toe, Jean Quatremer ziet hem als vervanger van Trichet in Frankfurt...

De eerste veronderstelling lijkt me logischer. DSK kwam maandag uit het bos (na een tijdje mediastilte) en verdedigde zowaar de andere oriëntatie die hij aan het voormalig harde en neo-liberale IFM zou gegeven hebben:


Wordt vervolgd. Uit de contacten die ik de voorbije jaren in Parijs had met de linkervleugel van de PS, blijkt een virulente afkeer, of persoonlijke haat, tegen DSK. "L'extrême droite du PS" is maar één van de eerder belachelijke uitdrukkingen die voor hem en zijn medestanders worden gebruikt. Het zou dan ook goed kunnen dat een kandidatuur-DSK tot een scheuring in de PS leidt. Voor een deel van de partij is DSK een Clinton, Schröder, of (nog erger) Blair. Een "verrader van het socialisme".

Hij is daarentegen wel de meest populaire linkse politicus van het moment. Onder andere dankzij zijn reserve- en zwijgplicht als internationaal topambtenaar. Zal dat aanhouden, eens de slag van de interne "primaires" begonnen is ? DSK is overigens niet zo karikaturaal "gauche caviar" als men soms laat uitschijnen. Eigenlijk is hij, en niet Martine Aubry, de geestelijke vader van de 35-urenweek onder de regering-Jospin (1997-2002).

DSK steunde in 2008 de kandidatuur van Martine Aubry op het congres van Reims. Hij deed dat samen met Laurent Fabius, die traditioneel een eerder links profiel heeft. Er zou een impliciet akkoord bestaan met Ségolène Royal, dat de "best geplaatste" van het trio Aubry-DSK-Royal zich kandidaat stelt bij de primaries. Dit om te verhinderen dat François Hollande (de ex van Royal, jarenlang partijvoorzitter, maar een grijs en klungelig figuur) als synthesekandidaat de kandidatuur zou binnenhalen.

Het dreigement is dus niet zo loos dat Benoit Hamon, de jonge chef van de stroming "Un monde d'avance" zich tegen DSK in de strijd werpt. Hamon is tactisch geslepener en gematigder dan zijn radicale achterban. Als partijwoordvoerder is hij een van de steunpilaren van Martine Aubry, die dan weer van DSK, Royal en Hollande het verwijt te veel toe te geven aan de linkervleugel...

De kans is dus met andere woorden niet onbestaande dat uiteindelijk Aubry het haalt, aangezien DSK te veel frictie veroorzaakt op de linkerflank.

donderdag, november 11, 2010

Pompeuze aula-ideeën

Gisteren woonde ik (zoals meer dan 200 andere geïnteresseerden) de doctoraatsverdediging van collega-rechtshistoricus Bruno Debaenst in de aula van onze alma mater bij. Geïnspireerd door het decorum het gebeuren en de ouverture van Monteverdi's "Orfeo", dacht ik dat (bij een eventuele latere gelegenheid van vergelijkbare strekking) de onderstaande uitvoering van Jordi Savall ideaal zou zijn om een in toga gehulde stoet professoren in alle waardigheid de trappen van het perystilium te latten beklimmen en vervolgens voorbij het eerbiedig rechtverende publiek plaats te nemen vooraan...

dinsdag, november 09, 2010

Synoptische tabellen door de tijden heen

(Hôtel de Ville van Cambrai, in wiens voorganger het congres plaatshad, afbeelding Nordmag.fr)

Onderhandelingen die jaren aanslepen, samenvatten van eerder gekende posities in ultieme vertragingsmaneuvers... Recente Belgische politieke geschiedenis, dacht u ? Toch niet. Ook in 1724, op het congres van Cambray, kende men dezelfde "truken". Ik boog me gisteren en vandaag bijvoorbeeld over een "synoptische tabel" van (Oostenrijkse) eisen, (Spaans) antwoord en (Oostenrijks) wederantwoord, opgesteld door de Franse en Britse bemiddelaars.


Als dat niet hoopgevend is! De verdeling van Italië tussen Spanje en Oostenrijk, de erkenning van beide monarchen, het grootmeesterschap van het Gulden Vlies... sleepten al aan sinds 1713. Uiteindelijk waren synoptische tabellen e.d.m. uitstekende instrumenten om stoom af te laten en niet binnen te vallen. Je schiet niet terwijl je praat.

zondag, november 07, 2010

Recht versus Rechtswetenschap

Het tijdschrift "Droit et Société" heeft een zeer interessant themanummer uitgebracht over "de blik van de jurist". 


Misschien klinkt dit enigszins verrassend voor buitenstaanders, maar het recht is als wetenschappelijke discipline (= hoe ga je om met je studieobject) onderhevig aan veel kritiek. 

Wie op een positivistische manier het recht bestudeert, blijft strikt bij de normen die het staatsgezag (wetgever-rechter-eventueel uitvoerende macht) voortbrengt en de uitleg die daar in de literatuur aan wordt gegeven. Op zijn best kijkt men naar de wetsgeschiedenis, om een genealogische reeks van "gezaghebbende teksten" te construeren, waarmee men de lacunes of vaagheden van de huidige tekst kan aanvullen en interpreteren.

Het nadeel van de bovenstaande werkwijze, is dat ze het recht als een gesloten omgeving beschouwt. Het kan best zijn dat het erfrecht sociale en economische verhoudingen regelt, maar het komt niet toe aan de wetenschapper om zich daarmee bezig te houden. Hij werkt immers met producten van "gestolde politiek": eens de wetgever, die democratisch gelegitimeerd is, een norm heeft gesteld, kan de onderzoeker eigenlijk enkel "meta"-werk doen. 

Dit is echter wat de praktijk van de "rechtsgeleerden" vraagt. De rechtsproductie is onregelmatig en incoherent. Wie in de rechtbank of voor het adviseren van een cliënt met een knoop zit, verwacht van de "geleerde" dat hij wat incongruent is, toch in een systeem kan plaatsen. Zo kunnen normen volgens algemene principes worden uitgelegd, die op zich eenvoudiger te kennen zijn dan alle details die de wet voorschrijft.

Toch is dit voor academici niet bevredigend. Het geeft aanleiding tot kritiek vanuit andere wetenschappen: juristen hebben het wel erg gemakkelijk. Als je de formele bronnen en de doctrine kent, is je werk af. Het enige originele product dat je als jurist kan voorleggen, is een extra laag interpretatie bij een gezaghebbende tekst. Vandaar ook de term "rechts-geleerdheid": wie het recht bestudeert, hoeft niet aan (originele, creatieve) wetenschap te doen, maar dient vooral de subtiliteiten van een berg gebraakte officiële teksten te kennen.

Nochtans is de reikwijdte van het recht zo breed, dat het de hele maatschappij raakt. Automatisch komt de rechtswetenschap dan ook in botsing met andere disciplines, die net hetzelfde onderzoeksvoorwerp hebben: menselijk gedrag en communicatie. Economie, psychologie, sociologie, politieke wetenschap, filosofie, taalwetenschap... en uiteraard ook de omvattende sociale wetenschap bij uitstek: de geschiedenis.

Kruisbestuiving tussen de rechtswetenschap en deze andere disciplines levert ons "metajuridische" disciplines op, waarin het recht wordt bekeken vanuit een ander interpretatiegrid. 

Onvermijdelijk leidt dit tot discussies met de "echte" juristen. Is het werk van een rechtshistoricus of rechtsfilosoof wel "juridisch genoeg" ? Versta: wat heeft een praktijkjurist (advocaat, rechter, deurwaarder, bedrijfsjurist, ambtenaar, diplomaat...) aan onderzoek over Middeleeuws kerkelijk recht, over het rechtvaardigheidsbeginsel of over psychologische motivaties van huurders en verhuurders ? 

Uiteraard is het antwoord: zeer veel. Ook praktijkjuristen worden immers geconfronteerd met de ontoereikendheid van het formele recht om concrete problemen op te lossen en hebben nood aan andere interpretatieschema's.  "Je zal zien dat het in de praktijk anders gaat..." is een veel gehoorde opmerking tegen studenten of jonge juristen. Dat ligt dikwijls niet aan het recht, maar aan het gebruik dat van het recht (of de afwezigheid ervan) wordt gemaakt. Net daarom is het zeker niet neutraal om te stellen dat een rechtswetenschapper hier geen onderzoek naar kan voeren. In dat geval dient zijn inactie enkel het belang van wie  op het terreingediend is bij een gebrek aan analyse.

De internationalisering van de wetenschapsbeoefening drumt de positieve juristen ietwat in de hoek. De nationale of regionale wet heeft immers een territoriaal beperkte gelding. In Rijsel geldt een ander handelsrecht dan in Kortrijk... Wie publiceert over het Belgische burgerlijk recht, sociale zekerheidsrecht., ruimtelijke ordeningsrecht.. doet dat in het Nederlands (of het Frans) en is voor een groot stuk gebonden aan nationale doctrines. Hetzelfde geldt uiteraard voor Duitse, Franse, Italiaanse... juristen.



"Meta-juristen" hebben dat probleem veel minder. Voor een stuk komt dit omdat hun disciplines in een zelfde Europese traditie staan: het Romeins recht heeft in Europa (zowel op het continent als in Engeland) een belangrijke invloed gehad in de middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Ook daarna is de rechtscultuur parallel blijven lopen. Belangrijke auteurs als de Oostenrijkse publicist Hans Kelsen (één van de stichters van Droit et Société), de middeleeuwse Italiaan Bartolus de Saxoferrato of de Franse zeventiende-eeuwse civilist Jean Domat worden eigenlijk overal ter wereld bestudeerd. Dit bestaat ook "horizontaal": inzichten van filosofen (Rawls, Dworkin), sociologen (Bourdieu) kunnen zaken verklaren die niet in een positivistisch narratief passen. Er bestaat met andere woorden een wetenschappelijke gemeenschap met een gedeelde codex waarbinnen het normaal is dat je ideeën kan voorstellen, aftoetsen en publiceren.

Binnen dit kader worden de metajuridische disciplines eigenlijk geholpen door de internationalisering van het wetenschappelijk onderzoek. Wat tot gevolg heeft dat de andere rechtstakken, die traditioneel de bovenhand hebben in het rechtenonderwijs, omdat de "klant" de sterkste vraag heeft naar hun  (onderwijs-)"product",  binnen de universiteit onder druk komen om het perspectief te verbreden.

De vraag is natuurlijk hoe je dit kan "verkopen" aan de traditionele jurist, die in de eerste plaats "nuttige" wetenschap wil.

Droit et Société" verzamelt daartoe een aantal perspectieven van rechtsfilosofen, -sociologen en -historici, soms enthousiast (H. Dumont), dan weer waarschuwend. "Geschiedenis" is bijvoorbeeld wel wat ingewikkelder dan enkel wetsgeschiedenis, die tot teleologische ideeën kan leiden (de wetgeving gaat altijd vooruit, dus wat nu geldt, is goed) en impliceert vooral een kritisch-historische benadering van de maatschappelijke fenomenen die aan de basis van normen liggen (cf. stuk J.-L. Halpérin).

De meeste teksten zijn vrij vlot toegankelijk, vandaar dat ik een kleine blogpost hierover maak. Deze discussie "leeft" op het wetenschappelijke veld, zowel in binnen- als buitenland. Geprangd tussen twee tendenzen (1: geen belastinggeld voor "nutteloos" onderzoek; 2: geen geld voor onderzoek dat niet internationaal is), zien de metajuridica in het tweede veld de kans om terrein te behouden en eventueel te winnen.

donderdag, november 04, 2010

Geschiedenis als wapen

Opnieuw een historisch boek van Dominique de Villepin. En passant een charge op het hof van Sarko I.

dinsdag, november 02, 2010

Europese defensie ?

De economische crisis brengt grote staten tot het erkennen van schaalvoordelen voor de meest gevoelige aller materies: kernwapens. Als Frankrijk en Engeland (de twee belangrijkste Europese legers) zich hierover akkoord kunnen zetten, worden de perspectieven voor een echte Europese integratie (weze het dan wel binnen de NAVO) een stuk realistischer.

Bemerk ook dat Sarko zo snel mogelijk zijn pensioenverhaal wil doorslikken met wat internationale succesjes (zoals het komende G-8 en G-20-voorzitterschap). Als dit verhaal evenwel tot een goed eind komt, is het een stevige en waarachtige buitenlandse triomf voor hem.

Zie ook deze uitzending van France Culture (met o.a Philippe Moreau Defarges).

(cf. het akkoord Blair/Chirac uit 1998 is nooit zo ver gegaan)

(Bron: BBC)2 November 2010 Last updated at 09:17 GMT

UK and France agree to joint nuclear testing treaty
David Cameron and Nicolas Sarkozy The two leaders will announce plans for French planes to use British refuelling aircraft

The UK and France are to sign treaties agreeing to military co-operation including testing of nuclear warheads.

One centre will be set up in the UK to develop nuclear testing technology and another in France to carry it out.

Prime Minister David Cameron and President Nicolas Sarkozy will also outline plans, at a London summit, for a joint army expeditionary force.

Downing Street called the measures "practical", but Labour said they left "big questions" about the UK's defences.

A Downing Street spokesman said: "This summit marks a deepening of the UK-France bilateral relationship. Ours is now a strategic partnership tackling together the biggest challenges facing our two countries."

The summit comes two weeks after the UK government announced cuts to its armed forces, in the first strategic defence review since 1998, as part of savings aimed at reducing the country's budget deficit.

Under the plans £750m will be saved over four years on the Trident nuclear missile system by cutting the number of warheads.

Harrier jump jets, the Navy's flagship HMS Ark Royal and planned Nimrod spy planes will also be axed, but two new aircraft carriers were spared.

Mr Cameron and Mr Sarkozy are to sign two treaties - one on greater general military co-operation and another, a 50-year deal on nuclear weapons.
'Makes sense'

The nuclear treaty will establish a centre in the UK to develop testing technology and another one in France to carry out the testing. Warheads will be tested by technical means to ensure their safety and effectiveness, without having to test them by explosion.

It is understood that each country will still control its own warheads, and that nuclear secrets will not be shared.

This package has been agreed because both countries still want a military role in the world but cannot afford to do so much on their own anymore.

The "joint expeditionary force" will be deployed by a joint political decision and will come under a single commander to be chosen from either country at the time of the operation.

The carrier-sharing plan does not mean that each side will simply use the other's carrier at will.

The one who owns the carrier will have to agree on its use.

The testing of nuclear warheads by technical means is a way of ensuring their effectiveness without having to test-explode them, but each side will still control their own warheads.

Asked why Britain and France did not jointly buy nuclear weapons to replace Trident, Defence Secretary Liam Fox told BBC Radio 4's Today programme the UK wanted the "most appropriate" nuclear deterrent and had a "particularly close" relationship with the US on Trident.

"We're not thinking of buying new missiles - we have the Trident D5 missile. We don't have to think about new warheads until 2019.

"We do however have to maintain the safety of the warheads we have at the present time... therefore it makes sense that we become involved in the facilities for the experimental physics that will allow that to happen.

"That's a big cost saving to our taxpayers on both sides of the Channel but it does give us the ability to maintain separate nuclear deterrent programmes."

The other treaty will allow the setting up of a "combined joint expeditionary force", thought to involve a brigade of about 5,000 soldiers from each side.

Each country will retain a veto for each operation, which will operate under one military commander to be chosen at the time.

The UK and France have also agreed to keep at least one aircraft carrier at sea between them at any one time.

Each will be able to use the other's carrier in some form, certainly for training and possibly operations.

Meanwhile, France is to use British A400M fuelling aircraft when there is spare capacity, with plans in place for common maintenance and training.
'Deepening ties'

Joint work on drones, mine counter-measures and satellite communications is also proposed.

Dr Fox told the BBC there had been a "great deal of hysteria" in the media about the idea of British troops coming under French command.

Liam Fox: "It is a very important step to improve cooperation with France"

"Under the existing Nato system our troops could come under Turkish or Polish command. There's nothing new about that.

"This does not affect our special relationship with the United States. It gives us economies of scale and helps us to welcome France back fully into Nato."

Asked who would decide what happen if the French were involved in operations about which Britain was not enthusiastic - at a time they were sharing Britain's aircraft carrier - he said: "That would depend on what the other nation thought. This is not a question of our military assets coming under the control of any other power than the United Kingdom."

He said it made sense that training could still be carried out while a UK aircraft carrier was in for maintenance - "if we are able to have agreements on the military operation that is fine, but we have to maintain our sovereign independence wherever the United Kingdom's interests require it".

In a statement, the French presidency said the nuclear test centre in Valduc, eastern France, would start operations in 2014.

The Valduc laboratory would work with a French-British research centre based in Aldermaston, Berkshire, it added.

Together the facilities would involve "several dozen" French and British experts and cost both countries several million euros.

It said scientists from both countries would be able to ensure the "viability, safety and security in the long term of our nuclear arsenals".

The UK's shadow defence secretary Jim Murphy said: "I support the government's emphasis on international co-operation, taking forward the good work of the last government.

"We share common threats with countries such as France, from terrorism to privacy to cyber-attack. Deepening military ties is an essential part of modern defence policy.

"Interdependence, however, is different from dependence, and binding legal treaties pose some big questions for the government."

Mr Murphy also questioned whether the the UK was entering "an era where we are reliant on our allies to fill in the gaps in the government's defence policy".