zaterdag, april 22, 2006

De UGent is geen flauwe KUL!

cfr onderstaand berichtje dat via Minerva werd rondgestuurd in de L&W:

Op 27 april a.s. in Gent een betoging plaatsvinden voor een eerlijke financiering van het Hoger Onderwijs in Vlaanderen. De betoging wordt georganiseerd door de VVS (Vlaamse Vereniging van Studenten), en alle vakbonden van de openbare sector. Gelijkaardige betogingen hebben reeds in Brussel en Antwerpen plaats gevonden. De eisen van de organisatoren zijn een transparant hogeronderwijsbeleid, een financiering die tegemoet komt aan de hoge noden, een stabiele en transparante financiering op basis van correcte parameters en een einde stellen aan de huidige blokkering van de middelen. Dit zijn eisen die voor alle Vlaamse universiteiten en hogescholen gelden. De rector en alle decanen van de Universiteit Gent zijn de mening toegedaan dat we deze actie dienen te steunen. Voor de Universiteit Gent zullen we hier onze specifieke eis aan toevoegen: correctie van de jarenlange structurele onderfinanciering. De betoging start om 11.30u aan de Blandijnberg en eindigt ten laatste om 14.00 u op de Vrijdagmarkt. De rector vraagt dan ook om de lessen op te schorten tussen 11.00u en 14.00u. Het lijkt mij heel belangrijk dat de personeelsleden van onze faculteit aan de betoging deelnemen. We dienen een krachtig signaal te geven aan de Vlaamse regering dat er meer financiële middelen dienen ter beschikking gesteld te worden voor het Hoger Onderwijs in Vlaanderen, en dat de Universiteit Gent op haar strepen staat wat de inhaaloperatie qua financiering betreft. Hoe meer studenten en personeelsleden aanwezig zijn, hoe krachtiger het signaal. Ik wil beklemtonen dat dit geen betoging is tegen iets of iemand, maar voor een rechtvaardiger financiering van onder andere de UGent. De rector, de vice-rector, de beheerders en alle decanen willen alvast meestappen aan het hoofd van de betoging. Het zou bijzonder mooi zijn mocht u ook uw studenten willen oproepen tot deelname aan de betoging. Zoals u in de kranten heeft kunnen lezen, weigeren de leuvense studenten mee te stappen tegen het nieuwe financieringsmechanisme, omdat het voorliggende voorstel nu eenmaal sterk in het voordeel van hun instelling is en een historisch gegroeide bevoordeling consolideert. Wij kunnen wél meestappen, met het oog op het herstel van een historische onrechtvaardigheid.



dinsdag, april 18, 2006

Het Rode Boekje, nr.3


De derde editie van Het Rode Boekje is er (zij het voorlopig in beperkte oplage, maar daar wordt iets aan gedaan tegen volgende week).

Inhoud:
  • Edito (uw dienaar)
  • Interview Xavier Verboven (Joachim, Hélène, Joris)
  • Column: "kakkerlakken" (Jens)
  • Consumer welfare, corebusiness van de sp.a ? (Frank, animo Gent)
  • Marx&Moraliteit: mogelijkheid of illusie? (Ward)
  • animo studeert: Wallerstein (Hélène)
  • Cartoons (KBcartoons@gmail.com)

maandag, april 17, 2006

It 's the economy, stupid...

De rechtse regering in Frankrijk is aan haar zwanenzang begonnen. Na 12 jaar onder de leiding van Jacques Chirac gaapt een “fracture sociale” doorheen het land, van Biarritz tot in Roubaix. Mensen onderaan de samenleving worden armer, terwijl de grote bedrijven uit de CAC40 hun winsten zien klimmen op een meer dan gezapig tempo. Universitairen raken niet meer aan werk, tenzij papa en mama tot de nationale elite behoren, natuurlijk. Dan doen punten er niet echt toe (dat hebben ze daar toch nooit gedaan). Het onderwijs als “élévateur social” is geblokkeerd: er zijn te veel mensen met een universitair diploma, en je kan je enkel onderscheiden door een opleiding aan een van de Hautes Ecoles of een buitenlandse universiteit. Daar ligt alvast een van de grote idealen van de Verlichting aan diggelen: de opvoedbaarheid van de mens en het rotsvaste geloof in gelijke kansen voor gelijke talenten. Het is niet meer genoeg om naar een "gewone” universiteit te gaan (en daar tijd en geld in te investeren), om aan werk te raken.

Cynisch genoeg vraagt rechts niet liever dan meer van hetzelfde. Binnen de eerste twee jaar mag je voor de Villepin een jongere zonder boe noch ba aan de deur zetten. Om het met de briljante woorden van studentenleider Bruno Julliard te zeggen: “Désormais, aux deux bouts de l'âge adulte, nous sommes sommés non plus seulement de vivre avec le «risque» de précarité, mais de vivre de manière précaire.” Voor de regering zal ontslagvrijheid de werkgevers in hun oneindige goedheid ertoe brengen meer en meer jongeren aan te werven, omdat ze er vlugger vanaf raken. Wie de zaken iets nuchterder bekijkt, ziet vooral een verzwakking van de zwakste. Waarom bestaat er een arbeidswetgeving? Om de machteloze tegen de machtige te beschermen. Om mensen te emanciperen en kansen te geven, ongeacht hun financiële potentieel.

Wat de Franse regering wou doen, was de deuren zonder nuances opengooien voor een dictatuur van wie geld heeft (en er steeds meer heeft) over wie verplicht wordt te werken voor een inkomen. Generatie na generatie zou klaarstaan om gedurende twee jaar getreiterd te worden en uiteindelijk, aangezien in economisch slechtere omstandigheden steevast de goedkoopste oplossing wordt gekozen, weer in de werkloosheid te belanden.

Gelukkig hebben de Franse studenten en vakbonden –als eersten in Europa– de moed gevonden om dit soort treiterij af te blokken en op te komen voor hun rechten. Alle clichés als zouden jongeren “individualistisch” en “conservatief” zijn, werden van tafel geveegd door een echte nationale massabeweging. Wie op straat stond, was daar niet om zijn bange hachje en hoop op vastbenoemde annex vetbetaalde nine-to-five-job te verdedigen. Die bestaan toch al niet meer. Wie daar stond, deed dat als spreekbuis van een collectief ongenoegen. Het ongenoegen van de jeugd die de maatschappij echt wil veranderen.

De laatste jaren worden we om de oren geslagen met het woord “verandering” uit rechtse hoek. Flat tax en CPE zijn daar de meest mediagenieke voorbeelden van. Mensen die geilen op deze concepten en met nauwelijks ingehouden triomfalisme “harde besparingen” en “politieke moed” komen vragen, zijn geen hervormers. Ze zijn enkel de loopjongens van wie gebaat is met de huidige gang van zaken: massale werkloosheid moet leiden tot goedkope arbeid, bedrijfswinsten en dividenden moeten de lucht in, en liefst zo belastingvrij mogelijk. We moeten ons verzetten tegen een machtsverschuiving van de democratisch verkozen overheid naar de bedrijven. Dit is niet alleen een derde-wereldprobleem, dit is vooral ons probleem.

De overheid doet aan systematische terugtred uit het economische leven sinds de jaren ’80. Op zich hoeft dat niet slecht te zijn. Liever een transparant en efficiënt beheerde onderneming die rekenschap moet afleggen op een publieke markt en zich niet kan verantwoorden haar klanten in de kou te laten, dan een gesloten overheidsbedrijf met verkeerde benoemingen, een autoritaire behandeling van de burgers en bodemloze financiële putten. Maar we worden te ver gedreven. Veel te ver.

De overheid moet in de eerste plaats een machtsevenwicht tussen haar burgers realiseren. Om legitiem te zijn voor de maatregelen die ze wil opleggen, moet de overheid te allen prijze vermijden dat machtscentra ontstaan die niet democratisch tot de orde kunnen worden geroepen. Het geniale aan democratie is dat iedereen, ongeacht geslacht, burgerlijke stand, diploma of vermogen, een even grote impact heeft op wie hem bestuurt. Democratie is eigenlijk een heel socialistisch systeem.

In een bedrijf heb je iets te zeggen omdat je er centen hebt ingestoken. Punt. En dan nog hebben minderheidsaandeelhouders nog lang niet de contesterende kracht van een parlementaire oppositie. Machtsconcentratie zonder tegenspraak leidt tot willekeur. Tot onzekerheid, angst en een koude samenleving. De beste manier om willekeur uit te schakelen, is de democratische rechtsstaat. Die rechtsstaat die leeft bij de gratie van de Verlichting. En we mogen haar niet laten ondergraven. Het CPE was dan ook een uiting van “contresens philosophique dans le pays des Lumières”. Dankzij de mobilisatiekracht, het engagement en ook wel het politieke talent van de Franse studentenleiders is het voorgoed gekelderd.

Maar we zijn niet alleen tegen het gemakzuchtige dominante neoliberale discours, we moeten ook een alternatief hebben. Twee dingen zijn daarbij van vitaal belang: kwalitatief en democratisch onderwijs en een begeleidende, zelfs sturende overheid. Het heeft geen zin ons te focussen op de te pas en te onpas opgevoerde “knelpuntberoepen”, die aan behoeften op korte termijn moeten voldoen. Een werkgelegenheidspolitiek met ballen durft lange-termijndoelstellingen te hebben. Het moet gedaan zijn om ons te laten leiden door les logiques de rentabilité immédiate. Werk bestaat er voor de mensen, en niet omgekeerd.

Als cynische zelfverklaarde onafhankelijke denktanks het wekelijkse tabelletje achteraan The Economist, waar België op een trieste laatste plaats prijkt met een werkloosheidsgraad van 12,8% tussen de geïndustrialiseerde landen, ter hand nemen, moeten we ze misschien eens op die andere opties wijzen. De overheid moet het voortouw nemen in sectoren waarin nu op korte termijn geen winstkansen liggen. We moeten de vraag stimuleren door het inkomensverlies na een ontslag te minimaliseren en het aanbod door mensen in nieuwe sectoren tewerk te stellen. Pas in die context kan je spreken over sancties voor wie werk weigert. Want dan zal er tenminste werk zijn.

Stijl bestaat nog


Lees onderstaande tekst. Hij komt van Bruno Julliard (voorzitter van de Union des Etudiants de France en een van de mobiliserende krachten van de CPE-betogingen in Frankrijk) en hij is super. Echte jonge politici bestaan nog. God zij dank.


ma génération est plongée dans un univers d'une violence inouïe dans lequel la peur du lendemain vient amputer le dynamisme naturel de l'âge. C'est, pour la jeunesse, la fin de l'insouciance. Non, il n'y a pas de démagogie, encore moins de populisme, à dire que nous sommes maltraités. L'école est passée de grand dessein national à celui de «goulet d'étranglement budgétaire». L'emploi, autrefois passage vers le monde adulte, est devenu une «chance», à tel point qu'il faudrait en accepter toutes les conditions, même les plus humiliantes. La culture et les loisirs, enfin, sont maintenant soumis à condition d'argent et existent en vue de satisfaire la seule soif du «je veux être», sous la dictature des marques et de la mode.
Désormais, il faut que le Premier ministre regarde de près la jeunesse de son pays. Elle a exprimé son profond malaise à plusieurs reprises ces derniers mois : lors de la crise des banlieues, lors de la mobilisation lycéenne contre la loi sur l'école, et aujourd'hui avec le mouvement contre le CPE.
Pensons un instant que les jeunes qui ont aujourd'hui 18 ans seront encore contraints de travailler en 2055, et qu'ils le feront le plus souvent pour survivre, car les pensions seront plus faibles. Désormais, aux deux bouts de l'âge adulte, nous sommes sommés non plus seulement de vivre avec le «risque» de précarité, mais de vivre de manière précaire. Souvent humiliés et toujours craintifs.
M. de Villepin justifie son action pour le CPE au nom de la «sauvegarde de notre modèle social». En résumé, et sans rire, on nous explique qu'il faut mettre fin à notre système pour mieux le sauvegarder. Voilà le coeur du problème : les mesures proposées constituent un recul quand une réforme devrait au contraire permettre de construire mieux et plus.
Au-delà de toute indignation morale, par-dessus tout sentiment de révolte, il est une chose insupportable pour le plus grand nombre : la France, comme la plupart des pays occidentaux, n'a jamais été aussi riche. Mais cette richesse n'a jamais été aussi mal répartie.
On nous présente la précarité comme une réalité qu'il faudrait légaliser pour que le droit se mette en règle avec l'économie. Mais pourquoi n'imagine-t-on plus que l'action politique et législative serve justement à enrayer un fléau plutôt que de l'étendre ? D'où vient ce contresens philosophique dans le pays des Lumières ? Car, faut-il le rappeler, être précaire ­ c'est-à-dire le plus souvent travailleur pauvre ­, c'est se voir entraver tout simplement le droit au bonheur. Qu'est-ce qui pousse un gouvernement à fragiliser les personnes ? L'idéologie ou bien le cynisme ? Au nom de quel intérêt général ? Entendre que les «jeunes ne veulent plus travailler» est insupportable quand on sait qu'en réalité ils ne souhaitent qu'une chose : travailler suffisamment pour pouvoir vivre pleinement. Est-ce une honte que de clamer que la vie doit être faite pour tous ? Est-ce un crime que de vouloir profiter de ce qui ne vous est donné qu'une seule fois ? Est-ce, enfin, irresponsable que de vouloir remettre en cause le primat du profit sur la vie humaine ?
M. de Villepin affirme qu'il veut «répondre aux angoisses de la jeunesse». C'est son rôle et sa fonction. L'Unef et les organisations syndicales de salariés sont prêtes à en discuter avec lui comme avec tous ceux qui décident, par la loi, de l'avenir du pays.
Mais il a voulu pour cela imposer une loi, le CPE, sans aucune discussion préalable avec les organisations concernées. Les syndicats, unanimes, sont opposés à la mesure ainsi qu'à la méthode choisie, tout comme l'opinion publique et une grande partie du patronat. Les jeunes, dans leur grande majorité, se sentent méprisés. Enfin, au bout d'un mois et demi de blocage, la stratégie de pourrissement est en train de menacer le principe même d'un dialogue pourtant indispensable.
Or une solution à ce conflit est possible. Regardons quels sont les problèmes.
La non-reconnaissance des diplômes et des qualifications sur le marché du travail conduit les jeunes à accepter des emplois de plus en plus précaires. L'ascenseur social que constituait l'école est en panne. La conséquence est une marginalisation des jeunes peu ou pas qualifiés, qui se retrouvent durablement exclus. Par conséquent, suivre des études n'est plus perçu par tout le monde comme un moyen d'émancipation et d'insertion. Parmi les plus qualifiés, seule l'élite a un avenir promis.
Le cumul des discriminations à la formation, à l'embauche, au logement, est le quotidien du plus grand nombre. C'est parfois jusqu'à 30 ans passés qu'ils sont financièrement et socialement dépendants de leurs parents, quand ces derniers peuvent encore l'assumer...
Sur ces questions, il est urgent d'avoir un débat national. La population et les jeunes, qui sont majoritairement opposés au CPE, y sont favorables. Si nous pensons que le CPE n'apporte aucune réponse aux difficultés des jeunes et qu'il est au contraire un facteur aggravant des inégalités, nous savons que des solutions existent.
Pour nous, la première d'entre elles est l'investissement massif que notre pays est capable de consacrer à son enseignement supérieur. La démocratisation de la réussite universitaire est un enjeu majeur pour assurer des sorties qualifiantes qui permettent une insertion rapide et de qualité sur le marché de l'emploi.
La mise en protection de la jeunesse constitue également un point central. Cela passe par la mise en place d'une allocation d'autonomie pour tous. Des mesures de grande ampleur doivent permettre aux jeunes de sortir des situations de dépendance et de précarité dans lesquelles ils se trouvent, qu'ils soient étudiants ou à la recherche d'un emploi.
En ce qui concerne l'insertion professionnelle des jeunes, de nouvelles pistes doivent être explorées. Surtout, c'est une vision à long terme qu'il faut offrir aux jeunes sur le marché de l'emploi. Nous devons développer un véritable service public de l'orientation, travaillant en lien étroit avec le service public de l'emploi. La prévision des besoins économiques de notre pays doit se développer contre les logiques de rentabilité immédiate, notamment dans le service public, par la mise en place d'un plan de programmation.
Aujourd'hui, les jeunes, étudiants ou lycéens, de centre-ville ou de banlieue, manifestent pour prendre en main leur avenir. On les disait individualistes, ils choisissent l'action collective.
Aujourd'hui, l'important n'est pas qui sort vainqueur de ce bras de fer mais que la jeunesse de ce pays ait un droit à construire son avenir. Cela passe d'abord par le fait qu'elle soit entendue par le gouvernement.
Il est donc urgent que les termes du débat changent. C'est ce que nous voulons, c'est ce qui est indispensable.

http://www.liberation.fr/page.php?Article=370956

zondag, april 16, 2006

petitietijd...

Nog eentje om te tekenen, en eentje dat zeker de moeite loont: www.geencensuur.org. Waarover gaat het? Een militant van de communistische PVDA deelt pamfletjes uit aan de deur van het Antwerpse filiaal van de multinational BASF. De directie heeft dat niet graag, en sleurt hem voor de rechter voor laster en eerroof. Los van de ietwat overdreven geëxalteerde teneur van de begeleidende tekst ("het patronaat wil de informatiestroom naar de werknemers monopoliseren"), vind ik dit inderdaad een brug te ver. Je kan de vrije doorgang tot je onderneming willen vrijwaren. Je kan een staking doen breken om bestellingen af te werken. Volledig akkoord. Maar je kan niet beletten dat je werknemers pamfletten van eender wie krijgen toegestopt en het recht hebben om die te lezen. In België bestaat vrijheid van vereniging en vrijheid van meningsuiting. En er bestaat geen enkele reden waarom een particulier het recht van een andere zou kunnen beknotten omdat hij hem toevallig te werk stelt. Ik hoop dat de rechtbank dan ook de Grondwet respecteert en de arme man vrijuit laat gaan.

maandag, april 10, 2006

De sluier over het gezicht van het VB



Blokwatch is dit weekend met een petitie gestart om "La Face Cachée du Vlaams Blok", een reportage van de RTBF uit 2004, op de VRT te krijgen. Toentertijd is de tape aangeboden aan de publieke omroep, maar werd het stuk niet uitgezonden, omdat het "te gevoelig" zou liggen bij de Vlaamse kijker. Klinkt een beetje flauw. De Vlaamse kijker heeft recht op degelijke onderzoeksjournalistiek en een beetje politieke controverse op het scherm kan geen kwaad. Er kan overigens altijd een reportagemaker opstaan om "La Face Cachée" tegen te spreken. Het debat smoren in alle stilte is geen optie. Vooral niet gezien de ronduit gruwelijke percentages die het VB haalt bij jongeren. Tekenen dus, die petitie!

Meer informatie op www.vlaams-burgerinitiatief.be.




Patrikske

U haalt deze ochtend De Morgen uit de bus, en wat ziet u? De wereld wordt verblijd met krasse uitspraken van het Orakel uit Laakdal. Patrik l’Invincible Vankrunkelsven. Patrik wie? Goede vraag. Uit angst om in de totale vergetelheid te verzeilen, moet de ex-Volksunievoorman (sinds een respectabel aantal jaren lid van de VLD) af en toe zijn stem verheffen. Helaas gebeurt dit met bitter weinig consequentie. Eerder kwam hij met veel genoegen het cordon sanitaire afschieten, om eraan toe te voegen dat hij zélf nooit in coalitie zou gaan met die verfoeilijke Blokkers (De Morgen 28 december 2004). Van politieke moed gesproken. Het Blok heeft te veel stemmen. Dat komt ervan, als ze niet meebesturen. De "democratische" partijen moeten maar eens laten zien dat ze echt democratisch zijn. Ik, coalitie met het Blok? Allez, je weet toch dat met die mensen niet te werken valt… Eigen gemeente eerst!

Vandaag heeft hij het over het voortbestaan van Paars. Alsof een senator met 52 000 voorkeurstemmen op de (nationale) opvolgerslijst daar een beslissende stem in heeft, denkt u dan. Denkt u zeer juist. Dat hij er allemaal niet veel aan te zeggen heeft, blijkt vooral uit de opeenstapeling van plattitudes waarmee hij denkt zijn baanbrekend standpunt te ondersteunen. Jongens toch. Alsof we het niet allemaal honderdduizend keer gehoord hadden. “De partijen zijn uitgekeken op elkaar” “in 1999 was er veel geld” “’t was alleen maar omdat de CVP er niet bij was” “deze regering blijft geen 20 jaar standhouden” “op ethische dossiers hebben we het nu wel gehad” en vooral, als klap op de vuurpijl “we gaan naar een andere coalitie, dat is zeker, waarschijnlijk een tripartite”

Hallo! Mijnheer Vankrunkelsven? “Patrikske” leest blijkbaar vlijtig de krantencommentaren. Die al drie jaar aan een stuk de val van de regering voorspellen. Als hij niet oppast, wordt hij binnenkort “Le Simple de Laakdal” – om de bijnaam van een ander politicus in een van de meest gevreesde Wetstraatcolumns te gebruiken.

Het is maar de vraag wat senator Vankrunkelsven voorstelt binnen zijn partij. Hij kan zich duidelijk niet vinden in de lijn-Dedecker. Hij stemde voor het migrantenstemrecht. Mooi zo. Hij is tegen het cordon sanitaire. Hij trok aan de kar voor de ethische dossiers in de Senaat. Nu de kranten de uitbreiding van euthanasie naar minderjarigen en dementerenden lauw onthalen, is dat plots gedaan. Hij is de vader van het transparantievoorstel rond vergoedingen van bedrijfsleiders. Voor de vakantie gekelderd door het afhaken van – ironie o ironie- het Vlaams Belang. Probeerde zich interessant te maken door half voor én half tegen het adoptierecht voor holebi's te zijn (apart wel, samen niet...). Niemand luistert naar hem. En hij zegt toch zo graag zijn mening. Waar kan hij eigenlijk beter zitten, dan bij de VLD van Bart Somers, Jean-Marie Dedecker en Patricia Ceysens?